Met de Wajong wordt beoogt om jongeren die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen, te ondersteunen naar loonvormende arbeid.
Het is belangrijk dat er voor jongeren met (aangeboren) beperkingen een aparte ondersteuningsregeling bestaat. In de eerste plaats omdat deze jongeren vanwege hun beperkingen meestal geen (arbeids)verleden hebben opgebouwd. Hierdoor hebben zij een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben dan bijvoorbeeld mensen uit de WIA.
Daarnaast hebben jongeren in potentie, mits zij goed ondersteund worden, een heel werkend leven voor de boeg. Dit vergt natuurlijk een andere aanpak. Een aparte ondersteuningsregeling maakt het mogelijk.
De Wajongere bestaat niet
Wij hebben allemaal wel een bepaald beeld bij een Wajongere. De een ziet ‘de traditionele gehandicapte’ zoals een rolstoelgebruiker, voor zich. De ander heeft een beeld van iemand die tot vrijwel niets in staat is vanwege zijn of haar verstandelijke beperking. Gevaar schuilt er in dat dergelijke percepties een eigen leven gaan leiden. Er is een zeer grote verscheidenheid aan beperkingen en afwijkingen die het voor jongeren zo lastig maakt om zelfstandig aan werk te komen. De (goede) beeldvorming is een heel lastig struikelblok. Al lijkt de IKKAN-campagne wel de juiste toon te worden gezet. Iedereen heeft wel iets wat hij of zij kan, er is een gezamelijke inspanning nodig om dat naar de voorgrond te halen. De nieuwe Wajongwet geeft hiervoor extra handvatten.
De Nieuwe Wet Werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (nWajong)
Per 1 januari is de nieuwe Wet Werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (nWajong) van kracht geworden dat ervan uitgaat van wat iemand kan (en niet wat hij niet kan). In deze wet is heel gericht getracht een praktische vertaalslag te maken van deze gedachtegang.
Voorlopige beoordeling
In de nieuwe Wajong Wet wordt in een voorlopige beoordeling wat de beperking precies inhoud en welke mogelijkheden er zijn om ondanks de beperking te kunnen werken. Als de beperking zo ernstig blijkt dat duidelijk is dat de jongere geen mogelijkheden heeft om te werken, dan komt hij in aanmerking voor een volledige Wajong-uitkering die 75% van het minimumloon is.
Werkregeling
Zijn er mogelijkheden om te werken, dan komt de Wajongere in de Werkregeling. Er wordt van iedere Wajonger verwacht dat hij gaat werken of leren als hij daar enigszins toe in staat is. Samen met de Arbeidsdeskundige van het UWV maakt de Wajonger een ParticipatiePlan. In het ParticipatiePlan worden afspraken gemaakt hoe de ondersteuning richting werk wordt georganiseerd. Dat kan werkplekaanpassing zijn, jobcoachondersteuning, woon-werkvoorziening en/of een werkaanbod door UWV.
Er wordt maximaal 9 jaar uitgetrokken om deze ondersteuning te bieden. Het is de bedoeling om binnen dit tijdsbestek met zo minmogelijk ondersteuning kan participeren in het arbeidsproces.
De Wajonger krijgt uiterlijk op zijn 27e jaar een definitieve keuring. Mocht dan blijken dat er geen mogelijkheden (meer) zijn om te werken, dan komt hij alsnog in aanmerking voor een inkomensvoorziening. De inkomensvoorziening bedraagt 75% van het minimumloon. Hij kan hier tot zijn 65e jaar aanspraak op maken.